28 januari 2008

een goed gesprek

een goed gesprek begint meestal met een vraag. vraagt hij aan haar wat ze vanavond gaat eten. zegt zij dat het ervan afhangt wat hij zal koken. vraagt hij wat ze graag eet. zegt zij dat ze alles eet wat hij maakt. zegt hij dat hij alleen een magnetron en een frituurpan heeft.

niemand verdwijnt zomaar. zegt een man die het kan weten omdat hij bij de politie werkt. mensen kunnen zomaar terugkomen van weggeweest, alsof ze uit de dood zijn herrezen. zegt een man die theologie studeerde. er zijn twee mogelijkheden nu: de ene man is het eens met de andere en er ontstaat geen gesprek, of ze zullen elkaar bestrijden met hun eigen waarheden, zo goed en zo kwaad als dat gaat formuleren waar het werkelijk om gaat en vragen aan elkaar stellen, zoals waarom dan? om uiteindelijk in oneenigheid uit elkaar te gaan.

maar een goed gesprek begint altijd met een vraag. waar gaan jullie heen op vakantie deze zomer? (alsof iedereen iedere zomer op vakantie dient te gaan.) hoe vaak hebben jullie seks? (alsof de vragensteller zich op die manier kan verhouden tot de ondervraagden en zijn paringsgedrag aan zal passen.) voor wie zijn jullie bij de presidentsverkiezingen in amerika? (alsof dat terzake doet op deze plek op dit moment als de verkiezingen pas over maanden gehouden worden en wij geen enkele zeggenschap hebben in deze en het doet er ook helemaal niet toe omdat niemand machtiger kan zijn dan bill g.)

maar dan heb je dus wel een goed gesprek gehad.

16 november 2007

Meningen prediken

Maak er geen gewoonte van om met je mond open te lachen of te eten. Maak er geen gewoonte van andere mensen te zeggen wat ze moeten of moeten laten. Maak er geen gewoonte van de mens toe te spreken alsof je een Prediker bent. EN OORDEEL NIET. En gij zult niet geoordeeld worden. En alles stroomt, alles stroomt, zei de egyptenaar die dacht dat hij een filosoof was. Is niet iedereen een filosoof die uit een raam staart en niets zegt, vraagt Nicole Kraus zich af. Of is iedereen die een mening heeft en die ventileert een filosoof? Of zou iedereen thuis moeten blijven om zichzelf daar in slaap te wenen? Misschien.

7 november 2007

de dingen die moeten

"Ik laat me voortbewegen door de zaken. En denk er het mijne van. Ik DENK er het mijne van en doe niets. We DENKEN ER HET ONZE VAN en doen NIETS. We voelen niets want alles schaaft langs ons heen. Ik predik want dat ben ik, een prediker.

Geef me een reden om naar de grond te gaan mijn hoofd tegen de tegels te slaan met mijn nagels de aarde om te wroeten met mijn handen in mijn haar op de knieen te gaan en te bidden tot een God die ik lang geleden verlaten heb."

De atheïstische dominee zweeg en daalde neer van zijn katheder en sprak geen zegen uit over de gelovigen.

14 oktober 2007

a

(verlangend) aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa
haaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaahaaaaaaaaaaaaaaaahaaaaaaaaaaaaaaaaaaa
(ad infinitum)

7 oktober 2007

Eva

I

In alles en iedereen zie ik zijn gezicht. Zijn gezicht vol van vuur en ogen die mij doen schrikken als ik niet zou weten dat ze me lief zouden hebben. En lippen die niet likken om te likken, maar drinken willen en alles inademen wat de ander zegt. De gedachte aan een man in een bed dat van mij mag zijn en waar ik met hem in mag liggen en waar hij me zal kussen tot ik niet meer kan. De dans, de dans van de liefde dansen, de dans van de oorlog en de vrede dansen. Het licht uit zijn ogen dansen en zijn ogen in mij die branden tot ik neerval en ik zal neervallen bij de gedachte dat dit alles eens zal eindigen en daar zal ik omheen gaan. Daaromheen zal ik de dingen doen die ik doen moet om te zorgen dat hij blijft dat hij blijft en dat dit blijft hoe tijdelijk ook.

II

Ik had een vreselijke droom waarin men mij zei dat ik niets kon. Dat ik net zo goed dood kon zijn. Dat ik niets zou bewerkstelligen in dit leven dat van enig belang zou kunnen zijn. Ik droomde, maar in werkelijkheid smeet ik mijn vaas stuk tegen de muur. Het geluid van de brekende vaas maakte me wakker en ik zag dat ik naakt in mijn huiskamer stond en dat ik naast de vaas tegen de muur ook een steen door mijn eigen ruit had gegooid. Ik zag dat mensen buiten naar mijn borsten keken. Niet naar de kapotte ruit of de kapotte vaas of het bloed aan mijn vingers van het krabben, maar naar mijn borsten.

Daar gaat het om, dacht ik. Daar gaat het om. Het gaat om mijn borsten en mijn kut. Mijn natte kut en mijn ogen die de man verleiden te komen en te komen. Daar gaat het om dacht ik en ik herinnerde me de afbeeldingen op Griekse vazen en de afbeeldingen op televisie en de uitspraken van musicerende negers of wannabee negers of mannen met een sterk gevoel voor ritme en vulgaire taal. Ik zag mezelf plotseling als de reden van het bestaan.

Ik schrok van mezelf toen ik vanmorgen wakker werd. Ik werd wakker en schrok van het lichaam dat ouder was geworden. Ik schrok niet vanwege de rimpels, maar het ontbreken van littekens. Ik schrok van het gemis in mijn schoot en ik ben op weg gegaan. Ik sliep niet. Zeven dagen lang zwierf ik door de stad en nam ik iedere man die me wilde. Nam ik iedere man die ook maar enigszins potent leek. Iedere man die mannelijke daadkracht toonde en met mij naar bed wilde gaan en me stuk wilde maken.

Tot ik hem vond. En ik sliep en ik werd niet wakker en ik sliep en werd wakker naast hem en hij was er nog en hij was nog altijd de man met de ogen en de handen en het lichaam. Hij is een man die wacht, een man die mij bekijkt, die het bloed ziet aan mijn vingers en mijn vingers schoon likt. Hij is de man die mij draagt als ik mezelf niet meer dragen kan. Hij geeft me te eten hij likt mijn lippen en vraagt me om te blijven.

III

Er zijn mensen die denken dat we dood gaan en dat is ook zo. Er zijn mensen die denken dat dit het einde der tijden is en dat is ook zo. Er zijn mensen die hopen op een wereldwonder en die hoop is gegrond. Er zijn mensen, en ik noem geen namen, die niets anders doen dan doorgaan en doorgaan omdat ze vluchten voor de dag dat het einde nadert en zo harder in de armen van de dood lopen. MAAR WE HEBBEN DE LIEFDE NOG! DE LIEFDE! DIE ALLES IN PUIN SLAAT EN OGEN DICHT DOET.

15 september 2007

dat politiek correcte

niemand nee niemand kon hem tegenhouden. als er al iemand was dan was ze nu ver weg. ver weg van waar hij zijn vakanties tegenwoordig vierde, zijn luch at en zijn koffie dronk (het liefst espresso).

er gingen geruchten dat hij het liefste niet sliep. en dat hij dat ook nauwelijks deed. en aan zijn stemming was dat niet te merken en aan zijn daadkracht al helemaal niet.

wat we nodig hebben is daadkracht. riep hij. dat niet weten de hele tijd. nou en. dan weet je het maar niet maar DOE DAN MAAR WAT IN GODSNAAM.

er gaan geruchten dat daadkracht dood is.
daadkracht: wie heeft die onzin de wereld in geholpen? ik leef in bushes en koffies.
o, sorry. daadkracht leeft. leve de daadkracht. leve de dadendrang. leve leve lang leve het leven.
daadkracht is on fire.

als een automatische piloot gaf hij zich gewonnen aan dingen doen dingen doen en dingen doen. hij ging en ging en ging. en niemand die hem kon stoppen. maar een verschil maakte hij ook niet. hij maakte geen verschil. hij was er alleen voor zichzelf. en hij maakte geen bal waar. met al zijn daden deed hij de mensheid niets. niets. niets.

hij riep. hahaha grappen kunnen echt niet meer. er kan niets meer tegenwoordig. dat politiek correcte. dat politiek correcte. dat politiek correcte kut gelul. hee. hee. hee.

nu is hij weg. hij is ervandoor. (als er iemand van een brug valt, valt hij hard.) hij is verdwenen. hij ging en komt niet meer terug.

11 september 2007

vast

mensen en mensen en nog meer mensen. en mensen die boos worden op een vrouwtje die geen antwoorden heeft vanavond. (vooral mannen worden boos in dit soort omstandigheden.) en mensen die tegen elkaar zeuren: "dit is kut en ze roepen niets normaals." en ook mannen en vrouwen die rustig blijven. verbazend rustig. en om dit rumoer heen is dat grote vliegveld met winkels en het acht uur journaal buiten op een groot scherm.

eerst was het overal stil en klonk alleen het schelden van een man die zijn dag niet had waarschijnlijk. de eerste woorden klonken iets later. "u kunt omreizen via via via." aangekomen op via via via was het stil en stond er een rij voor het vrouwtje die vragen kon beantwoorden maar vanavond niet. het was stil en de rij werd langer en langer en men dronk koffie, want dat doet men als er gewacht wordt. mensen liepen en liepen en liepen nergens heen en keken naar het acht uur journaal. en overal klonken plots de woorden "we rijden niet" of "er is de hele avond een negatief reisadvies" en "u kunt hier blijven slapen" of "ga terug naar start" en tot slot "onze excuses voor het ongemak." dat was het minste wat ze konden zeggen. de rij bij het vrouwtje verdween en de mensen verdwenen in een massa die niets meer vragen wil omdat het alle antwoorden al heeft en er kan geen glimlach meer af, want waarom zou je glimlachen bij zulke onheilstijdingen. er kan niets meer gedaan worden. er kan niets aan gedaan worden.

ik lach. ik lach en lach. ik mag terug. ik moet terug. ik kan terug. en daar waar ik vandaan kom is het goed. en daar waar ik naar toe ga is het goed. er zijn dekens en kussens. er is drank en bovendien zijn er WOORDEN die aankomen en GEEN ANTWOORDEN geven, maar steeds meer VRAGEN EN VRAGEN EN VRAGEN EN DAARMEE ALLES OPEN GOOIEN EN MIJ MEENEMEN NAAR EEN PLEK DIE IK NOG NIET KENDE, WANT IK HAD NOG NOOIT ZOIETS GEDURFD EN IK HAD OOK NOOIT WILLEN DENKEN DAT EEN VRAAG GESTELD KAN WORDEN ALS ER GEEN ANTWOORD IS.

10 september 2007

noemt je dit nostalgie, deel 2 (de jongen)

de jongen die nog nooit iets had gezien of gevoeld. de jongen die nog nooit met een vrouw was geweest. de jongen die zijn tanden altijd braaf twee keer per dag poetste. de jongen die niet wist dat muziek ook porno was. de jongen die zijn hoofd alleen gebruikte om rijtjes in zijn hoofd te stampen en alles te doen volgens de regels. de jongen die geen vaarwel hoefde te zeggen. de jongen die niet 's nachts in taxi's stapte omdat hij nergens vandaan kwam en nergens heen ging. de jongen die nog in god en gebod geloofde. de jongen die beleefd de buurvrouw gedag zei als ze door de straat kwam met haar norse gezicht en haar lelijke hond aan een lijn. de jongen die graag eens zou huilen. de jongen die graag iets zou betekenen. de jongen die niet hoefde te rennen omdat er niemand achter hem aanzat. de jongen die toch rende omdat men zei dat dat moest.

deze jongen praattte en wat hij zei was iets treurigs. er sprak een verlangen uit naar vroeger. niet zijn vroeger maar een vroeger dat hij kende uit boekjes en uit de film. hoezeer mensen uit zijn omgeving hem ook iets anders wilde laten zeggen en hoezeer zij ook demonstratief het hoofd draaiden als hij aan het woord was, de jongen ging maar door over hoe de dingen anders moesten en hoe het leven verrot was en hoe zijn ouders alles verkeerd hadden gedaan. of hij hield zijn mond.

noem je dit nostalgie

nog voordat de eerste zin door mijn hoofd spookt nog voordat de eerste noot van een concert heeft geklonken nog voordat er goed en wel kleding is uitgetrokken verlang ik al naar de vorige keer en ben ik bang voor het einde. men is altijd bang voor eindes. men is bang dat. bang dat. in 2037 zal men nog altijd angst kennen. angst voor een nieuw einde. na alle eindes die al geweest zijn. eindes komen en gaan. komen en gaan. we gaan roept mevrouw Klein. we gaan maar waarheen? dat weet mevrouw Klein ook niet dus gaat ze met meneer Klein op weg naar de supermarkt, waar de boodschappen gedaan worden voor de week. de albert heijn xxxxxl. voor al wat u nodig heeft. ze scannen zelf hun eten, sokken, toiletpapier en nieuwe washandjes. ze doen alles zoals het hoort. we doen alles zoals het hoort en we denken er niet meer over na. we fietsen als we niet met de auto mogen, we lopen als onze fietsen gejat zijn. ik denk dat ik er niet meer aan mee doe. vanaf vandaag. ik denk dat ik weg ga. waarheen? vraagt mevrouw Klein. en ik weet het niet. maar hier wil ik niet zijn. zo wil ik niet de dingen doen.

17 juli 2007

Stem hebben

Een stem hebben en dan zeggen wat men wil horen. Dat het slecht gaat. Dat er een oorlog aan zit te komen dat er overstromingen zullen volgen dat we op moeten passen dat er iets staat te gebeuren.

Een stem hebben en dat dan niet zeggen. Dat men dan niet luistert. Mooie stem daar niet van.

Hiphoppers die hun fans in elkaar slaan omdat ze door hen bekogeld werden met glas en daarna doorgaan met optreden en fans die doorgaan met gooien. Een soullegende die het podium amper op kan klimmen en slechts vier liedjes zingt om daarna in comatueuse toestand van het podium te worden gedragen while the music plays on. Een jonge zangeres die al haar optredens afzegt omdat ze ergens onder een bank ligt of in een halfslaap leeft, terwijl haar band steevast fris klaar zit. Het mooiste meisje van de wereld dat alle middelen blijkt te gebruiken die verboden zijn bij wet en zo zichzelf vernietigt. Daar geniet men van.

Een stem hebben en dan zeggen MAAR WE HEBBEN DE LIEFDE NOG. Dat gelooft men niet.

30 juni 2007

Kleurrijk diagram

In 2037 doet men de grote ontdekking dat de klok altijd al stil stond. Onderzoekers hebben tegen die tijd de cycli nog beter in kaart gebracht (een kleurrijk diagram met een ontelbaar aantal sinusachtigen). Het diagram wordt zelfs voorspellende kwaliteiten toegedicht en op kleine schaal schijnen de voorspellingen weldegelijk uit te komen.

Mevrouw Klein, die vanuit haar kelder iets zal schreeuwen naar meneer Klein, weet dat ook haar grootmoeder zo schreeuwde, al was het vanaf zolder naar haar toenmalige vriendin met wie ze een dochter had bij een bevriend mannelijk homo-stel. Zij was overigens de biologische moeder, zodat mevrouw Klein met recht zal kunnen zeggen dat het om haar grootmoeder ging en niet om de vrouw van haar grootmoeder, die in haar leven desalniettemin een grote rol zal spelen.

Over dertig jaar blikt men nostalgisch terug op vandaag. Maar is het nu vijf voor twaalf of is het ver over twaalven?